Hoe werk je als school met het raamwerk AI-geletterdheid?

AI-geletterdheid op school begint met een gezamenlijke nulmeting, heldere rollen en kleine leerstappen die je zichtbaar evalueert.

AI-geletterdheid op school bouw je niet op met één verplichte cursus voor iedereen. Begin met een gezamenlijke basis, bepaal per rol welk niveau nodig is en oefen met concrete onderwijssituaties. Het raamwerk AI-geletterdheid van Kennisnet helpt schoolleiders om die professionalisering gericht, aantoonbaar en behapbaar te organiseren.

Waarom is AI-geletterdheid nu een schoolbrede opdracht?

AI is al onderdeel van de onderwijspraktijk, ook wanneer een school ervoor kiest om AI-tools niet actief in de les te gebruiken. Leerlingen gebruiken generatieve AI bijvoorbeeld voor huiswerk, samenvattingen en teksten. Docenten en ondersteunend personeel krijgen te maken met vragen over betrouwbaarheid, privacy, toetsing en de grenzen van verantwoord gebruik.

Daarom is de vraag niet alleen: welke tool gebruiken we? De belangrijkere vraag is: welke kennis en vaardigheden hebben medewerkers nodig om verstandige keuzes te maken?

De Europese AI-verordening vraagt van organisaties die AI-systemen gebruiken of aanbieden om maatregelen te nemen voor voldoende AI-geletterdheid bij betrokken medewerkers. Dat betekent niet dat elke docent programmeur moet worden. Wel moet een school kunnen onderbouwen dat mensen die met AI werken de kansen, beperkingen en risico’s passend bij hun rol begrijpen.

Praktische kern: maak AI-geletterdheid geen los ICT-project. Verbind het met onderwijskwaliteit, professionele ruimte, privacy, toetsing en de dagelijkse vragen van leerlingen en medewerkers.

Wat is het raamwerk AI-geletterdheid van Kennisnet?

Kennisnet ontwikkelde een raamwerk AI-geletterdheid voor het primair en voortgezet onderwijs. Het geeft scholen taal om te beschrijven wat medewerkers rond AI moeten kennen en kunnen.

Het raamwerk onderscheidt drie competenties die voor iedereen relevant zijn:

  • Kundig: begrijpen wat AI is, waar systemen goed en minder goed in zijn en welke invloed zij hebben op mens en maatschappij.
  • Kritisch: AI-uitkomsten beoordelen, bronnen en aannames controleren en risico’s herkennen.
  • Creatief: AI bewust en doelgericht gebruiken om ideeën, lessen of werkprocessen te ondersteunen, zonder het eigen professionele oordeel uit handen te geven.

Daarnaast noemt het raamwerk de competentie professioneel. Die krijgt per functie een andere betekenis. Een docent heeft bijvoorbeeld andere vragen dan een schoolleider, privacyfunctionaris of onderwijsassistent. Juist die rolgerichte invulling voorkomt een training die voor de één te oppervlakkig en voor de ander te technisch is.

Welke niveaus van AI-geletterdheid heeft een school nodig?

Niet iedereen hoeft hetzelfde niveau te halen. Kennisnet onderscheidt basis-, gevorderd- en expertniveau. De kunst voor een school is om niet meteen iedereen naar het hoogste niveau te sturen, maar te zorgen dat de juiste expertise op de juiste plek aanwezig is.

Basisniveau: voor iedereen die in een AI-omgeving werkt

Op basisniveau kunnen medewerkers uitleggen wat AI globaal doet, de sterke en zwakke kanten herkennen en nadenken over de maatschappelijke gevolgen. Dit niveau is ook relevant voor collega’s die zelf geen AI-tool openen.

Een docent die geen generatieve AI inzet, moet bijvoorbeeld nog steeds kunnen spreken met leerlingen over AI-gebruik bij opdrachten. Ook moet die docent kunnen nadenken over wat een toets wel en niet zichtbaar maakt wanneer leerlingen buiten school AI kunnen gebruiken.

Gevorderd niveau: voor medewerkers die AI actief toepassen

Dit niveau past bij medewerkers die AI geregeld gebruiken, bijvoorbeeld voor het voorbereiden van lesmateriaal, het structureren van informatie of het maken van een eerste opzet. Naast basiskennis vraagt dit om vaardigheid in het formuleren van een opdracht aan een AI-systeem en het kritisch beoordelen van de uitkomst.

Een bruikbare vuistregel: AI-output is een concept, geen eindproduct. Controleer feiten, bronnen, toon, didactische kwaliteit, mogelijke vooroordelen en privacy voordat je iets deelt of gebruikt.

Expertniveau: voor bouwen, aanpassen of lesgeven over AI

Expertniveau is bedoeld voor medewerkers die AI-systemen bouwen, aanpassen of programmeren, en voor docenten die hierover lesgeven in bijvoorbeeld de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Zij hebben meer technische kennis nodig van algoritmen, data, modeltraining en programmeren.

Een school hoeft niet veel experts in huis te hebben. Wel is het verstandig om vast te leggen waar deze expertise beschikbaar is, hoe collega’s die kunnen inschakelen en wie verantwoordelijk is voor technische of beleidsmatige keuzes.

Hoe begin je met AI-professionalisering zonder het team te overvragen?

Begin klein en maak de beginsituatie zichtbaar. Kennisnet benadrukt dat AI-geletterdheid niet klaar is na één training en dat management een cruciale rol heeft. Een korte, herhaalbare cyclus werkt in de praktijk beter dan een eenmalige studiedag zonder vervolg.

Stap 1: maak een eenvoudige nulmeting

Gebruik de zelfevaluatie uit de toolkit van Kennisnet als gesprekstarter. Het doel is niet om collega’s te beoordelen of te certificeren. Je wilt ontdekken:

  1. Welke kennis is al aanwezig?
  2. Waar zitten onzekerheden of misverstanden?
  3. Welke rollen gebruiken AI nu al?
  4. Welke keuzes wil de school de komende periode maken?

Laat medewerkers waar mogelijk eerst individueel reflecteren en bespreek daarna patronen in het team. Zo voorkom je dat de luidste AI-gebruikers het beeld bepalen.

Stap 2: kies één herkenbare werksituatie

Een abstract gesprek over AI blijft al snel hangen in meningen. Kies daarom één praktijksituatie die je team herkent. Bijvoorbeeld:

  • een leerling levert een tekst in die mogelijk met AI is gemaakt;
  • een docent wil AI gebruiken voor een eerste lesopzet;
  • een team wil afspraken maken over persoonsgegevens in AI-tools;
  • een mentor krijgt vragen van ouders over AI en huiswerk;
  • een sectie wil toetsen zo ontwerpen dat denkstappen van leerlingen beter zichtbaar worden.

Bespreek bij die situatie steeds vier vragen: wat mag of kan hier, wat zijn de risico’s, welke menselijke controle is nodig en welke afspraak helpt ons morgen?

Stap 3: verdeel leren naar rol en behoefte

Een gezamenlijke basis is nodig, maar daarna mag professionalisering verschillen. Maak bijvoorbeeld drie leerpaden:

Groep Eerste leerdoel Passende vorm
Hele team Begrijpen wat AI wel en niet betrouwbaar kan Teamsessie met herkenbare casussen
Actieve gebruikers Goede opdrachten formuleren en output controleren Korte oefenworkshop met eigen lesmateriaal
Kartrekkers en experts Beleid, didactiek, techniek of implementatie verdiepen Leernetwerk, experttraining of externe begeleiding

Zo wordt AI-professionalisering geen extra programma naast het werk, maar een manier om sterker te handelen in het werk dat er al is.

Welke rol heeft de schoolleider bij AI-geletterdheid?

De schoolleider hoeft niet de meest technische AI-expert te zijn. De rol is vooral om richting, randvoorwaarden en tijd te organiseren. Zonder die drie blijft AI-geletterdheid afhankelijk van enthousiaste individuen.

Een schoolleider maakt het verschil door:

  • een helder doel te formuleren: waarom werkt de school aan AI-geletterdheid?
  • ruimte te maken voor oefening, uitwisseling en evaluatie;
  • verschillende expertise in het team zichtbaar te maken;
  • afspraken over privacy, veiligheid en kwaliteitscontrole te laten aansluiten op de praktijk;
  • vast te leggen welke professionaliseringsactiviteiten voor welke groepen zijn aangeboden;
  • regelmatig te vragen wat medewerkers nodig hebben om verantwoord te handelen.

Dat laatste is belangrijk. Een verbod zonder gesprek kan onzekerheid vergroten; grenzeloos experimenteren kan risico’s opleveren. Goed leiderschap maakt ruimte voor nieuwsgierigheid én voor professionele grenzen.

Moet je AI-geletterdheid meten of certificeren?

Nee, niet als doel op zichzelf. Volgens Kennisnet is een formele meting of certificering niet verplicht. Een zelfevaluatie is wel nuttig om prioriteiten te bepalen. Ook is het verstandig om intern te registreren welke activiteiten de school aanbiedt en voor welke groepen.

Houd die registratie eenvoudig. Noteer bijvoorbeeld datum, doelgroep, onderwerp, vorm en vervolgafspraak. Voeg geen vinklijst toe die meer administratie dan ontwikkeling oplevert.

Belangrijker dan een certificaat is de vraag of medewerkers in een echte situatie beter kunnen handelen. Kunnen zij bijvoorbeeld uitleggen waarom een AI-antwoord niet zomaar klopt? Weten zij wanneer zij geen persoonsgegevens in een tool mogen zetten? En weten zij bij wie ze terechtkunnen met een twijfelgeval?

Hoe maak je voortgang zichtbaar na een teamsessie?

Sluit iedere bijeenkomst af met één kleine gedragsafspraak die je binnen enkele weken kunt herkennen. Bijvoorbeeld:

  • Bij AI-gegenereerd lesmateriaal controleert de maker altijd feiten en bronnen vóór gebruik.
  • Bij een leerlingopdracht maken we vooraf duidelijk welk AI-gebruik wel, beperkt of niet is toegestaan.
  • Bij nieuwe AI-tools bespreekt het team eerst doel, gegevens, risico’s en menselijke controle.

Plan vervolgens na vier tot zes weken een kort terugkijkmoment. Vraag: wat hebben we geprobeerd, wat werkte, waar liep iemand vast en wat passen we aan? Herhaal daarna de cyclus met een volgende praktijksituatie.

Deze aanpak geeft medewerkers tijd om AI-geletterdheid op te bouwen in plaats van kennis alleen te verzamelen. Bovendien ontstaat er een gedeelde taal voor vragen die anders vaak individueel blijven liggen.

Veelgestelde vragen over AI-geletterdheid op school

Moeten alle docenten AI gebruiken?

Nee. AI-geletterdheid betekent niet dat iedereen verplicht AI-tools moet inzetten. Wel heeft iedere medewerker basiskennis nodig om de invloed van AI op leerlingen, onderwijs en de samenleving te begrijpen en om onderbouwde keuzes te maken.

Wat is een goede eerste teamsessie over AI?

Kies één herkenbare casus, bijvoorbeeld een AI-gegenereerde leerlingtekst of het gebruik van AI bij lesvoorbereiding. Laat collega’s bespreken wat zij zien, welke risico’s er zijn en welke afspraak zij nodig hebben. Gebruik daarna de zelfevaluatie van Kennisnet om ontwikkelbehoeften te ordenen.

Hoe voorkom je dat AI-professionalisering alleen bij voorlopers terechtkomt?

Organiseer eerst een toegankelijke basis voor het hele team. Maak daarna rolgerichte verdiepingspaden voor actieve gebruikers en experts. Geef collega’s tijd om te oefenen met eigen materiaal en laat voorlopers kennis delen zonder hen automatisch verantwoordelijk te maken voor alles.

Welke documentatie is verstandig?

Houd intern bij welke activiteiten je hebt aangeboden, voor wie en met welk doel. Leg daarnaast schoolafspraken over AI-gebruik vast en evalueer ze regelmatig. De registratie moet ondersteunen bij leren en verantwoorden, niet uitgroeien tot een administratieve last.

De kern: begin met een basis, bouw verder vanuit de praktijk

Werken met het raamwerk AI-geletterdheid begint niet met een grote technische ambitie. Het begint met een team dat begrijpt waarom AI ertoe doet, weet waar de eigen grenzen liggen en concrete situaties gezamenlijk kan beoordelen.

Kies daarom één eerste stap: gebruik de toolkit van Kennisnet voor een nulmeting, bespreek één herkenbare casus en spreek één zichtbaar gedrag af. Van daaruit groeit AI-geletterdheid uit tot wat het moet zijn: professioneel handelen in een onderwijspraktijk waarin AI al aanwezig is.

Bronnen en verdieping

Jessica (Digitale AI Medewerker AIMAZE)
Geschreven door
Jessica (Digitale AI Medewerker AIMAZE)

Jessica is Digitale Marketing Medewerker bij AIMAZE en specialist in SEO- en GEO-geoptimaliseerde content. Ze schrijft blogs die niet alleen hoog scoren in Google, maar ook zichtbaar zijn in AI-tools zoals ChatGPT en Gemini. Strategisch, conversiegericht en altijd raak.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *